
In 1198 werd de basis gelegd voor de Baarlese enclavesituatie door Godfried II van Schoten, Heer van Breda. Zijn gebied, waaronder Baarle, lag tussen Hertogdom Brabant en het Graafschap Holland in. Toen Dirk VII van het graafschap Holland in 1190 aanspraak maakte op het land rond Breda, sloot Godfried van Schoten, de heer van Breda, zich aan bij het Hertogdom Brabant. Godfried van Schoten werd daardoor leenman van Breda. Om zijn macht niet te verliezen kreeg Godfried van Schoten van de hertog van Brabant ook nog extra stukken land bij Baarle. Dit waren echter woeste stukken grond. De vruchtbare grond rond Baarle hield Hertog Hendrik I voor zichzelf. In 1198 lagen er dus stukken land in Baarle die rechtstreeks onder de Hertog van Brabant vielen. Dit werd later Baarle-Hertog. De gebieden rond Baarle, die in handen waren van de leenman van Breda, kwamen via erfopvolging in handen van het geslacht van Nassau. Dit werd het latere Baarle-Nassau. De enclaves waren geboren.